NATUURBELEID

Oppervlaktedelfstoffen als klei, zand, grind en kalksteen zijn onmisbaar voor de Nederlandse economie. Ze vormen de basis voor de productie van onder meer bakstenen, dakpannen, betonelementen, betonmortel en glas. Grondstoffen zijn onmisbaar in het dagelijks leven. Per hoofd van de bevolking wordt jaarlijks 7000 kg zand en grind verbruikt. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de nieuwe Structuurvisie Ondergrond (2016) vastgesteld dat grondstoffenwinning voor de eigen Nederlandse behoefte van nationaal belang is en dat daar dus ruimte voor moet zijn en moet worden gegeven.

Jaarlijks wordt in Nederland een paar honderd hectare land ontgraven voor de winning van delfstoffen. Deze ontgrondingen gaan in de meeste gevallen gepaard met een forse verandering van het landschap en de functie van de winlocatie.

Ontgrondingen hebben onvermijdelijk effecten op de natuurwaarden ter plaatse. Bestaande waarden kunnen verloren gaan als hun groeiplaats of leefgebied wordt vergraven. Op plaatsen met waardevolle bestaande natuurwaarden zal zorgvuldig moeten worden gewerkt of wordt soms geheel afgezien van grondstofwinning. In de meeste situaties biedt grondstofwinning ook een kans voor nieuwe natuur, doordat omstandigheden worden gecreëerd voor de ontwikkeling van nieuwe biotopen, niet zelden al tijdens de winning. Een aanzienlijk deel van de thans beschermde natuurgebieden in Nederland is ooit ontstaan door ontgrondingen in het verleden. Denk aan de natuurgebieden in oude klei- en zandputten in het rivierengebied, aan de plassen en meren in het laagveengebied en de mergelgrotten en groeves in Zuid-Limburg. Niet zelden zijn (voormalige) ontgrondingslocaties de meest soortenrijke gebieden in de omgeving. Enige tientallen soorten zijn zelfs grotendeels afhankelijk van ontgrondingslocaties. Dat geldt bijvoorbeeld voor amfibieën als de Geelbuikvuurpad en de Vuursalamander en voor overwinterende vleermuizen in mergelgroeves.

Ontgrondingen hebben kortom onvermijdelijk effect op de natuurwaarden van de winlocatie. Door een zorgvuldige locatiekeuze en planvorming kan schade aan aanwezige natuurwaarden worden beperkt en door een uitgekiende uitvoering van ontgrondingen kunnen ontwikkelingskansen voor nieuwe natuur (en voor andere nieuwe functies) worden geboden.

“Huidige wijze van implementatie van de vogel- en habitatrichtlijn houdt vergroten van Natuurlijk Kapitaal tegen”