DE OMGEVINGSWET

De Federatie van oppervlaktedelfstoffen winnende Industrieën (FODI) is de landelijke koepelorganisatie van de Nederlandse oppervlaktedelfstof winnende bedrijfsleven.

FODI heeft kennis genomen van de drie voorliggende ontwerpbesluiten (AMvB’s), die nader uitwerking geven aan de Omgevingswet. Het gaat hierbij om de volgende besluiten (AMvB’s):
- het Omgevingsbesluit
- het Besluit kwaliteit leefomgeving
- het Besluit activiteiten leefomgeving

FODI heeft reeds via VNO-NCW/ MKB in diverse stadia (pre consultatie) inbreng geleverd aan de totstandkoming van deze ontwerpbesluiten. De ontwerpbesluiten worden nu aan het parlement voorgelegd. Parallel hieraan loopt een openbare internetconsultatie, waarin tot 16 september a.s. op de ontwerpbesluiten gereageerd kan worden.

Graag maakt FODI gebruik van de mogelijkheid om nu te reageren op de (ontwerp)besluiten (AMvB’s) waarin nader uitwerking wordt gegeven aan de inmiddels vastgestelde Omgevingswet.

Algemeen
De komst van de Omgevingswet betekent dat er qua wetgevingssystematiek veel zal veranderen. Zo bundelt de wet onder meer alle wetten die voor ontgrondingsactiviteiten van belang zijn zoals: de Wet op de ruimtelijke ordening, de Ontgrondingenwet, de Wet Milieubeheer, de Waterwet, de Wet bodembeheer en het besluit bodemkwaliteit, de Natuurwetgeving e.d.
Voor ontgrondingsactiviteiten houdt dit in dat onder de nieuwe Omgevingswet:
- de ontgrondingsactiviteit moet passen in het gemeentelijk omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan)
- een omgevingsvergunning verleend moet zijn (waarin alle thans benodigde vergunningen geïntegreerd zullen zijn)
Inhoudelijk zal er in principe niets veranderen, omdat het streven is deze ombouwoperatie beleidsneutraal te laten verlopen. FODI stemt in met, en pleit sterk voor behoud van, dit uitgangspunt en heeft de voorliggende (ontwerp)besluiten tegen die achtergrond beoordeeld.

FODI is positief over de stelselherziening die gepaard (lijkt) te gaan met een grotere flexibiliteit, het biedt bedrijven grotere flexibiliteit tbv uitbreiding of nieuwe activiteiten in een bepaald gebied. FODI acht het wenselijk te monitoren of er ook werkelijk sprake is van deze beloofde grotere flexibiliteit. Daarnaast signaleert FODI een risico voor bedrijven die onder het huidige regime hebben geïnvesteerd met het oog op langer lopende projecten (looptijden van 10 tot 25 jaar en langer zijn in de FODI achterban geen uitzondering) en / of toekomstige uitbreidingen. FODI dringt aan op passend overgangsrecht ook voor langlopende projecten! Mochten bedrijven onverhoopt toch geconfronteerd worden met gedwongen extra maatregelen wegens de nieuwe AMvB’s , dan dient er een adequate regeling voor nadeelcompensatie te zijn.

Het (ontwerp) Omgevingsbesluit (Ob)
Het Omgevingsbesluit richt zich tot burgers, bedrijven en overheden. Het geeft in aanvulling op de Omgevingswet onder meer aan welke procedures wanneer gelden en wie het bevoegde gezag is voor vergunningverlening. Ook de regels voor milieueffectrapportage, kostenverhaal en financiële zekerheidsstelling staan in dit ontwerpbesluit.

FODI constateert met instemming dat:
- Het overkoepelend bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor (multifunctionele) ontgrondingsactiviteiten gelegd is bij Gedeputeerde Staten voor landlocaties
(artikel 3.4) en bij Onze Minister voor rijkswateren (artikel 3.7). Dit naar analogie van voorheen de Ontgrondingenwet.
- Het adviesrecht al dan niet met instemming (afdeling 3.2) de betrokkenheid en ingebrachte expertise garandeert van overheden die bij enkelvoudige aanvragen bevoegd gezag zouden zijn geweest.
- Via de projectprocedure (hoofdstuk 4) de mogelijkheid van één procedure voor aanpassing van omgevingsplan en omgevingsvergunning voor complexe en grote projecten gehandhaafd blijft. Dit zoals voorheen in de Ontgrondingenwet
- Uniformering is aangebracht voor wat betreft hoogte, duur en vorm van financiële zekerstelling (artikel 7.1) zoals waartoe voorheen de Ontgrondingenwet ook al mogelijkheden bood
- De regels voor MER-plicht en MER-beoordelingsplicht (bijlage V, B1 en B2) voor omgevingsplan en omgevingsvergunning ongewijzigd blijven.

In de Omgevingswet is geregeld dat voor ontgrondingsactiviteiten waarvoor een MER- of MERbeoordelingsplicht geldt altijd de uitgebreide voorbereidingsprocedure volgens hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. Voor meer eenvoudige vergunningen of vergunningswijzigingen geldt de verkorte standaardprocedure, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag. FODI vindt dit een verbetering ten opzichte van voorheen de Ontgrondingenwet, waarvoor ten alle tijden de uitgebreide voorbereidingsprocedure gold.

Het (ontwerp) Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Het Bkl richt zich tot het bevoegd gezag. Dit ontwerpbesluit bevat diverse inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk. Deze normen gaan over het bereiken van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het gaat om instructieregels, omgevingswaarden, beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen en regels over monitoring en gegevensbeheer.

FODI constateert met instemming dat voor een ontgrondingsactiviteit:
- Vergunningverlening gebaseerd blijft op een brede afweging van alle betrokken belangen (artikel 8.63, lid 1). Immers, de doelen van de omgevingswet betreffen niet alleen het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving, maar ook het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften zoals de behoefte aan bouwgrondstoffen.
- De mogelijkheid tot het stellen van voorschriften in ieder geval gelijk blijft als in voorheen de Ontgrondingenwet (artikel 8.64)
- Aanvullend voorschriften gesteld kunnen worden voor milieubelastende activiteiten, zoals in voorheen de Milieuvergunning en andere in de Omgevingswet geïntegreerde wetgeving (afdeling 8.5)

FODI constateert evenwel dat voor wat betreft het onderwerp geluid de beoordelingsregels voor milieubelastende activiteiten (artikel 8.12a) voor grootschalige zand- en grindwinning strenger lijken dan thans is toegestaan onder de Circulaire zand- en grindwinning (Staatscourant 1992/95).

Deze regeling maakt een tijdelijk hogere geluidsbelasting mogelijk vanwege het tijdelijke karakter omdat het drijvende winwerktuigen betreft. FODI pleit ervoor dit aanvullend te regelen in artikel 8.12b (beoordelingsregels milieubelastende activiteit geluid specifieke activiteiten).

Artikel 9.1 Bkl regelt in omgevingsvergunningen in ieder geval op te nemen voorschriften m.b.t. archeologische monumentenzorg. V.w.b. een bouwactiviteit geldt het bepaalde in artikel 9.1 uitsluitend voor zover dit is opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan. FODI pleit er voor dit voorbehoud uit te breiden tot de vergunning voor ontgrondingsactiviteit. Voorts wijst FODI op het amendement dat in de Tweede Kamer is aangenomen bij de behandeling van de Omgevingswet (amendement Ronnes, CDA). Op grond daarvan mogen archeologisch monumenten alleen in het gemeentelijke omgevingsplan beschermd worden indien er sprake is van “aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten”. De bescherming moet gebaseerd zijn op expliciete en specifieke lokale archeologische en bodemkundige informatie ! Dit dient in het Bkl nog nader te worden uitgewerkt.

FODI zou graag eenduidigheid betreffende het bevoegd gezag betreffende archeologie zien. Momenteel zijn er vaak twee bevoegde gezagen (provincie en gemeente) die als zodanig optreden bij ontgrondingsprojecten. De provincie in het kader van de Ontgrondingsvergunning en de gemeente in het kader van het bestemmingsplan. Dit leidt tot onnodige bestuurlijke drukte/bureaucratie. FODI dringt aan deze bevoegdheid bij één orgaan te beleggen vanuit oogpunt van eenvoudiger en beter.

Het (ontwerp) Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het Besluit activiteiten leefomgeving bevat de rechtstreeks werkende regels die het Rijk stelt aan activiteiten van burgers, bedrijven of overheden in de fysieke leefomgeving. Het gaat onder meer om activiteiten die het milieu belasten, activiteiten rondom wegen en waterstaatwerken en activiteiten die gaan over cultureel erfgoed. Het besluit beschrijft welke regels gelden, welke ruimte er is om af te wijken van de regels en wanneer een vergunning nodig is.
FODI constateert dat:
- al de rechtstreeks werkende regels ook thans reeds gelden voor ontgrondingsactiviteiten
- de vergunningenplicht voor milieubelastende ontgrondingsactiviteiten (artikelen 3.85 en 3.86) evenmin afwijkt van de huidige situatie
- de vrijstellingsregeling van omgevingsvergunning voor (kleinschalige) ontgrondingsactiviteiten (afdeling 14.2) niet afwijkt van wat thans in Ontgrondingenwet is opgenomen
Deze teksten geven dus geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

FODI verzoekt u dringend om bij vaststelling van de AMvB’s rekening te houden met onze opmerking bij artikel 8.12a Bkl over de inbouw van de circulaire natte grindwinning. Vanzelfsprekend blijven wij beschikbaar om de hier gemaakte opmerkingen nader toe te lichten.

Hoewel FODI voorstander is van niet alles regelen op rijksniveau met als zeer wenselijk doel: regeldrukvermindering, lijkt het FODI voor onderwerpen zijnde van Nationaal Belang (waaronder grondstoffenwinning) toch wel zinnig om enige vorm van regie of overzicht bij het Rijk te behouden. Daarnaast leeft er een grote zorg over een grote diversiteit van lokale regels gesteld door gemeenten, deze partijen geven reeds aan na te denken over “eigen geluids- en duurzaamheidsregels”. Naast dat dit niet in het voordeel is van ondernemers lijkt het ook de regeldruk eerder te verhogen dan te verlagen.

BIJLAGEN

Reactie FODI op AMvBs omgevingswet 14-09-2016